1.4 Kosmopolitisme
Misschien is het zelfs niet meer dan vanzelfsprekend dat zoveel negentiende-eeuwse kunstenaars reisden. Vele anderen deden dat immers ook. Want hoewel in de negentiende eeuw de grenzen van de natiestaten in Europa stap voor stap werden gemarkeerd, waren veel van de inwoners van die natiestaten helemaal niet zo honkvast. Dienstbodes, hannekemaaiers, turfstekers en marskramers kwamen jaarlijks met honderdduizenden naar Nederland omdat ze hier geld konden verdienen. Kunstenaars waren vanuit praktisch oogpunt gesproken net zo mobiel. Zij reisden in de negentiende eeuw, net als vele generaties vakgenoten voor hen, bijvoorbeeld om kennis te maken met het klassieke ideaal in de kunst. Dat klassieke ideaal had uit de aard der zaak een grensoverschrijdende, universele pretentie. Wie geen boodschap had aan dat klassieke ideaal deed achter de horizon wellicht andere nieuwe artistieke ideeën op, of nieuwe kopers. Want ook de clientèle van de kunstenaars was internationaal georiënteerd. De kunstverzamelaars hadden veelal tijd en geld genoeg om talen te leren en te reizen, en zich thuis te omringen met voorwerpen uit alle windstreken. Illustratief voor het internationale karakter van de luxe is een beschouwing in het tijdschrift De Tijdspiegel van 1847. Een jongeman overweegt in een verhandeling voor de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen te gaan spreken over nationaliteit. Aanvankelijk is hij enthousiast en meent hij precies te weten wat hij daarover te berde kan brengen. Maar dan raakt hij vertwijfeld, want in zijn huis is eigenlijk niets dat echt Hollands is. Zijn kamer is op Engelse manier geplafonneerd en heeft Franse behangsels. Aan de wand hangen Engelse gravures naar Italiaanse meesters in Franse lijsten. Als hij in zijn Florentijnse spiegel kijkt ziet hij ‘[e]en wezen dat men mensch noemt, maar dat door coiffure, baard, kleeding, noch houding van elk ander beschaafd individu dat Europa oplevert meer te onderscheiden is’.1
Deze jongeman zou zich ongetwijfeld herkend hebben in het verhandelde op het congres van de Werkgroep Negentiende Eeuw in 2010 over het wereldburgerschap in de eeuw van het nationalisme. Lotte Jensen sprak daar over Jan Frederik Helmers, die de lof zong van het kosmopolitisme: ‘Breek, scheur den slagboom weg, die volk van volken scheidt.’2 Dus zelfs Helmers, die we vooral kennen als dichter van De Hollandse Natie, waarin hij zweert trotse Nederlander te zijn tot in het uur van de dood, beschouwde zichzelf als wereldburger.
Notes
1 U., ‘Nationaliteit’, De Tijdspiegel (1847), dl. 1, p. 536.
2 J.F. Helmers, Gedichten, dl. 1, Rotterdam 1822, p. 37; L. Jensen, ‘Wereldburgerschap als verzetsdaad. Kosmopolitisme en patriottisme bij Jan Frederik Helmers’, De Negentiende Eeuw. Documentatieblad van de Werkgroep Negentiende Eeuw 35 (2011) nr. 1-2, pp. 59-72.