3. ‘Le système […] que j’ai emprunté aux Hollandais’. Hollandse 17de-eeuwse kunst en de peinture troubadour in Frankrijk, 1790-1830
Eveline Deneer
Parijs, de vijftiende fructidor van het jaar X, oftewel twee september 1802. De stad stroomt vol ter gelegenheid van de jaarlijkse Salon. Er zijn opvallend veel buitenlanders dit keer, want vijf maanden na de vrede van Amiens is de vrede tussen Frankrijk en Engeland voor velen de gelegenheid bij uitstek om zelf naar Parijs te reizen en indrukken op te doen van de laatste ontwikkelingen in de artistieke hoofdstad. Naast gevestigde namen als Guérin en Girodet duikt ook de naam van een nog nagenoeg onbekende leerling van David steeds vaker op: Fleury Richard uit Lyon, die een jaar eerder voor het eerst een werk op de salon had getoond, en die dit jaar met zijn schilderij Valentine van Milaan rouwend om de dood van haar echtgenoot Louis d’Orléans [afb.] - over de Italiaanse prinses wiens echtgenoot in 1407 door zijn neef en rivaal Jean I van Bourgogne werd vermoord - een rage zou veroorzaken. Dit zelfs zozeer dat de naam Valentine volgens Richard plotseling mode werd voor pasgeboren meisjes.1
Publiek en critici waren het er over eens dat het schilderij een nieuwe soort kunst inluidde; een kunst die een nog onbekend nationaal verleden in beeld bracht, die het midden hield tussen historie- en genreschilderkunst en die, bij gebrek aan een eenduidige term, veelal genre anecdotique, anekdotisch genre, werd genoemd.2 De aanduiding troubadour schilderkunst die tegenwoordig veel wordt gebruikt en verwijst naar de middeleeuwse zangers die met hun liederen hun publiek vertelden over de levens vroegere helden en heldinnen, is pas in de tweede helft van de negentiende eeuw is ontstaan en is dus een anachronisme.3
Met genreachtige voorstellingen van overwegend nationale middeleeuwse helden en heiligen reageerde dit genre niet alleen op de interesse voor niet-klassieke geschiedenis die sinds het einde van de achttiende eeuw heel Europa veroverde, maar ook op de eerste tekenen van cultureel nationalisme, de bloei van het katholicisme in Frankrijk na het Concordaat in 1801 en op reactionaire royalistische tendensen die na de Franse Revolutie weer openlijker aanwezig waren. Hoewel in korte tijd veel kunstenaars zich toelegden op dit genre en zich ook in andere Europese landen opvallend overeenkomstige bewegingen manifesteerden richt ik mij hier bewust alleen op Richard en drie andere leerlingen van David: Richard’s eveneens uit Lyon afkomstige jeugdvriend Pierre Révoil, en de uit Aix-en-Provence afkomstige Auguste de Forbin en François-Marius Granet. Deze kunstenaars vormden tijdens de beginjaren, de kern van de Franse peinture troubadour.4

Omslag afbeelding
Fleury François Richard
Valentine de Milan rouwend om de dood van haar echtgenoot Louis d'Orléans, 1802 gedateerd
Sint-Petersburg, Hermitage, inv./cat.nr. GJ 10608
Notes
1 F. Richard, ‘Autobiographie’, La Revue du Lyonnais, série 2, nr. 3 (1851), p. 249.
2 Zie voor de belangrijkste literatuur over deze soort schilderkunst onder andere: M.-C. Chaudonneret, Fleury Richard et Pierre Révoil. La peinture troubadour, Parijs 1980; F. Pupil, Le style troubadour, Nancy 1985; N. Tscherny en G. Stair Sainty, Romance and chivalry. History and literature reflected in early nineteenth-century French painting, tent.cat. New Orleans (Museum of Art)/New York (Stair Sainty Matthiesen Gallery)/Cincinnati, Ohio (Taft Museum) 1996; C. Blais, Les fondements sociopolitiques de la peinture de style troubadour. Le message royaliste implicite dans l’oeuvre de Fleury Richard et Pierre Révoil, ongepubliceerd proefschrift McGill University, Montréal 1997; S. Bann, ‘Two kinds of historicism: resurrection and restoration in French historical painting’, Journal of the philosophy of history 4 (2010), pp. 154-171. Zie ook relevante bijdragen in: M.-C. Chaudonneret e.a., Les Muses de Messidor. Peintres et sculpteurs Lyonnais de la Révolution à l’Empire, tent.cat. Lyon (Musée des Beaux-Arts) 1989 en S. Ramond e.a., Le temps de la peinture, Lyon 1800-1914, tent.cat. Lyon (Musée des Beaux-Arts) 2007.
3 De term kwam voor het eerst voor in: E. Littré, Dictionnaire de la langue française, Parijs 1873–1874, vol. 4, p. 2365: ‘Style troubadour, le goût qui régnait au temps du premier Empire.’ De auteur doelt hier echter niet op het medium schilderkunst in het bijzonder.
4 Zie bijvoorbeeld : E.J. Delécluze, Journal des débats politiques et littéraires, 1 juni 1838, p. 2: ‘C’est vers 1804 et 1805, si je ne me trompe, que ces deux artistes [Richard en Révoil], ainsi que M. Granet et M. le comte de Forbin, tous quatre élèves de David, se frayèrent des routes particulières dans le champ des arts.’