Grensoverschrijdende inspiratie

RKD STUDIES

4.3 Bewogen laatste jaren

Ook nadat Remigius zich in Wenen had gevestigd, bleef het buitenland trekken. Hij bezocht Bohemen, Moravië en – samen met zijn broer – Hongarije. In 1852 reisde Remigius naar St.-Petersburg, waar vijftien van zijn werken op tentoonstellingen en in privécollecties getraceerd kunnen worden.1 Een bezoek aan Sint-Petersburg was een grote wens van Remigius. Al in 1835 had hij dit verlangen in een brief aan Immerzeel als volgt beschreven: ‘Tegenwoordig [heb ik] vele plannen in den kop. Eene welk bisonder groot is, nu werkelijk om naar Rusland te gaan maar ik weet nog niet of het er toe komen zal. ’t is zoo een idee van een jonge kunstenaar’.2

Intussen was de relatie met zijn zoon Cecil, die bij verschillende kunstenaars in de leer ging en die zich uiteindelijk in Italië vestigde, verslechterd, naar verluid omdat Remigius erop tegen was dat zijn zoon ook kunstenaar zou worden. Vanaf ongeveer 1865 trok Remigius zich bijna volledig terug uit de kunsthandel. Zijn laatste bijdrage aan de Tentoonstelling van Levende Meesters was in 1863. Kunstenaar bleef hij echter tot op zeer hoge leeftijd. In 1894 stierf Remigius in Bad Aussee, Oostenrijk. Zijn broer George was al vijftien jaar eerder overleden.

Tot besluit

Remigius’ en Georges voorkeuren voor stijl en onderwerpen waren grotendeels representatief voor die van hun tijdgenoten. Hun stijl was zeker in het begin deels verankerd in de zeventiende eeuw en de invloed van het Duitstalige spraakgebied bleef in eerste instantie dan ook voornamelijk beperkt tot de keuze van de onderwerpen. In dat opzicht waren er andere Nederlandse kunstenaars die gewild of ongewild veel duidelijker naar Duitse collega’s keken, zoals Koekkoek en Tavenraat. Er moet wel aangetekend worden dat Remigius één van de weinigen was die zich op een constructieve, bestendige manier wist te bewijzen in het buitenland door op onnavolgbare wijze zijn eigen afzetmarkt te creëren.

Als kunsthandelaren zijn de leden van de familie Haanen atypisch en kosmopolitisch te noemen. Remigius stond in contact met belangrijke kunsthandelaren, kunstverenigingen, kunstenaars en mecenassen in grote delen van Europa en bezocht velen van hen regelmatig om ervoor te zorgen dat zowel zijn eigen kunst, als ook die van collega’s of oude meesters onder de aandacht gebracht werd. In dat opzicht was hij voor velen een onmisbare en unieke spil in het culturele leven en de handel, ontwikkelingen die door zijn centraal gelegen thuisbasis Wenen alleen maar bevorderd werden.


Notes

1 B.I. Asvarisjtsj en J.M. Vliegenthart-van der Valk Bouman (red.), Schilderijen uit de Hermitage. Hollandse 19de-eeuwse schilderkunst uit de Hermitage en Paleis Het Loo, tent.cat. Apeldoorn (Paleis Het Loo) 1994, p. 30.

2 Brief van Remigius van Haanen aan Johannes Immerzeel jr., d.d. 16 juni 1835, KB, inv.nr. 133C12.