Grensoverschrijdende inspiratie

RKD STUDIES

5.3 Nederlandse kunst in het Luxembourg

Welke Nederlandse kunst vond een plek in het Musée du Luxembourg? Het eerste en lange tijd enige schilderij van een Nederlandse kunstenaar in het Luxembourg was een werk Ary Pleijsier. Deze marineschilder die in Frankrijk weinig bekendheid genoot had in 1864 zijn Rencontre de pêcheurs dans le canal anglais par une forte brise op de salon in Parijs getoond. Dit schilderij schonk de kunstenaar een jaar later aan het museum. Beduidend meer aandacht en lof van de Franse pers kreeg Hendrik Willem Mesdag, die van 1870 tot 1911 jaarlijks deelnam aan de Parijse salon. Zijn Soleil couchant werd in 1887 voor 3000 francs aangekocht door de Franse staat voor het Musée du Luxembourg [3]. In 1870 had hij een medaille ontvangen voor zijn Les brisants de la mer du Nord en in totaal presenteerde hij op de salon meer dan honderd schilderijen.1 Soleil couchant is een goede representant van hetgeen de Fransen in de Hollandse kunst waardeerden. Het is een typisch Holland zeegezicht dat oprecht, realistisch en toch intiem is uitgevoerd.

Bénédite had ook grote bewondering voor Jozef Israëls. Deze kunstenaar stond voor hem en zijn tijdgenoten aan het hoofd van de Nederlandse moderne schilderkunst. Hij schreef dat hij op een reis naar Nederland zelfs een poging had gedaan om zijn ‘illustre ami’ in zijn atelier in Scheveningen te bezoeken.2 Toch wist Bénédite geen werk van Israëls voor het Musée du Luxembourg te verwerven. De reden hiervoor is waarschijnlijk simpel. De prijs van het werk van Israëls was in zeer korte tijd enorm gestegen. Voor een groot schilderij moest men in Parijs al snel veel meer betalen dan ze voor het schilderij van Mesdag hadden gedaan. Bénédite beschikte niet over zo’n groot budget. Voor grote aankopen moest hij langs een commissie van het Ministère des Beaux-Arts en de nationale musea, waarin vooral conservatoren van het Louvre zaten. Deze waren ten eerste niet altijd enthousiast over moderne kunst in het algemeen, maar grote uitgaven aan buitenlandse moderne kunst gingen in de meeste gevallen helemaal een stap te ver.

3
Hendrik Willem Mesdag
Boten op zee bij ondergaande zon, ca. 1887
Parijs, Musée d'Orsay, inv./cat.nr. RF1187

Pas in 1900 kwam er enigszins verandering in deze situatie. Bénédite kreeg naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van dat jaar een speciaal budget waarmee hij vrij buitenlandse kunst voor het Musée du Luxembourg kon aankopen zonder hiervoor bij het Ministère des Beaux-Arts aan te kloppen.3 Bénédite probeerde met dit geld zoveel mogelijk buitenlandse schilderscholen in de collectie van zijn Luxembourg te representeren. Hij wilde graag de Nederlandse moderne kunst met zijn realistische genrestukken en het Hollandse landschap aankopen, maar zijn budget was niet toereikend om naast alle andere buitenlandse schilderscholen ook de top van de Nederlandse aan te kopen. Daarom koos hij voor ‘second best’ en kocht in 1900 een Hollands landschap van Louis van Soest [4] en een interieurstuk van Arthur Briët aan.

4
Louis van Soest
Winterochtend, 1882-1900
Parijs, Musée d'Orsay

De jonge huishoudster van Briët kijkt vanuit een donkere woning door een klein raampje naar buiten. Het intieme karakter, zonder al te veel dramatiek, waarbij de toeschouwer zich in de wereld van dit meisje kan verplaatsen, moet Bénédite aangesproken hebben. Deze werken representeerden hetgeen de Fransen in het algemeen, en Bénédite in het bijzonder, in de Hollandse school waardeerden.

De Nederlandse verzameling (of ‘sectie’ zoals Bénédite het noemde) in het Musée du Luxembourg werd verder uitgebreid met een werk van Phillip Zilcken [5].Een kunstenaar die vooral bekend is geworden om zijn grafische werk en publicaties over kunst. Hij was goed bevriend met Bénédite en woonde lange tijd in Parijs. Zijn Vue du Pont-Neuf werd in 1901 voor slechts 200 francs aangekocht, duidelijk een vriendenprijsje waarover onderhandeld was in een briefwisseling tussen Zilcken en Bénédite.4 Het stadsgezicht van Zilcken heeft dezelfde grijze kleurstellingen als Mesdag en Mauve, maar toont ook de invloed van het Franse impressionisme.

Vlak daarna kocht Bénédite werk aan van Arnold Marc Gorter (Chemin de gruyères) [6] en meerdere werken van Carel Nicolaas Storm van ’s Gravesande (waaronder het schilderij L’Eglise de Dordrecht).5 Deze laatste aankoop kwam tot stand na een bezoek van Bénédite aan de schilder in Nederland in 1901. In een briefwisseling over deze reis en aankoop met de Directeur des Beaux-Arts noemde hij ‘la section Hollandaise particulièrement brillante’.6

5
Philip Zilcken
Gezicht op de Pont-Neuf in Parijs
Parijs, Musée d'Orsay, inv./cat.nr. RF 1979-51

6
Arnold Marc Gorter
Landweg over de hei
Parijs, Musée d'Orsay, inv./cat.nr. RF 1979-35

Door de vele buitenlandse schilderscholen die Bénédite naast de Franse schilderschool in het Musée du Luxembourg wilde presenteren, ontstond er een enorm ruimtegebrek. Bovendien wilde hij zo min mogelijk werken uit zijn museumcollectie afstoten, zoals dat voor zijn tijd wel altijd het geval was geweest. Vanaf 1899 ging Bénédite daarom tijdelijke tentoonstellingen over de verschillende buitenlandse schilderscholen in een klein zaaltje presenteren. Zo was bijvoorbeeld de ene keer de Engelse en de andere keer de Belgische kunst te bewonderen. Pas in 1922 kwam een oplossing voor het ruimtegebrek en werd de buitenlandse kunst van het museum voortaan apart gepresenteerd in het Musée des Ecoles Étagères Contemporaines in het Jeu de Paume in de Tuilerieën [7].7

Dat de Haagse School uiteindelijk toch representatief in de Franse nationale collectie is vertegenwoordigd komt door een donatie van Abraham Preyer. Deze Nederlandse kunsthandelaar en verzamelaar was sinds het begin van de twintigste eeuw in Parijs gevestigd en liet in 1926 vijf representatieve schilderijen van de Haagse School na.8 Bénédite, die tot het einde van zijn leven betrokken was gebleven bij de collectie van het Luxembourg, was in 1926 net één jaar overleden.

7
Anoniem France circa 1932
Musée des étrangères gevestigd in het Musée du Jeu de Paume in Parijs, circa 1932
Parijs, Musée d'Orsay


Notes

1 Dit schilderij bevindt zich sinds 1999 in de collectie van het Van Gogh Museum.

2 L. Bénédite, Le Musée du Luxembourg. Musée annexe du Jeu de Paume, aux Tuileries. Peintures, pastels, aquarelles et dessins des écoles étrangères, Parijs 1924, p. 13.

3 Parijs, Archives Nationales (AN), F/21 Beaux-Arts, inv.nr. 4485 en Parijs, Archives de Musées Nationaux (AMN), 1 BB 30, 24 oktober 1900.

4 AMN, Manuscrits 375, Lettres à Bénédite.

5 Dit schilderij is nu zoek.

6 ‘De Nederlandse sectie [...] uitzonderlijk briljant’, brief van L. Bénédite aan de Ministère des Beaux-Arts, d.d. 12 september 1902, Parijs, AN, F/21, inv.nr. 4274. De Directeur des Beaux-Arts bevestigt de goedkeuring van de minister in een brief van 26 september 1902 aan Storm van ’s Gravesande. Hij zegt in deze brief een bedrag van 600 francs toe.

7 Dit museum heeft als zodanig tot 1947 bestaan. Vandaag de dag huist hier het fotografiemuseum Jeu de Paume.

8 Dit betrof de volgende schilderijen: Johannes Blommers, La visite au grand-père, z.j.; Johannes Bosboom, Le Choeur de la Grote Kerk, 1856; Josef Israëls, Intérieur de chaumière, la ravaudeuse, z.j.; Jacob Maris, Vue de Rotterdam, 1883 en Anton Mauve, Le ramassage du goémon, z.j.