Grensoverschrijdende inspiratie

RKD STUDIES

5.4 Conclusie

Wat kunnen we concluderend zeggen over het aanzien van de Nederlandse eigentijdse kunst in Frankrijk in de negentiende eeuw en over het Musée du Luxembourg? Ten eerste dat de Nederlandse moderne kunst een vrij goede reputatie had. Hoewel de faam in zekere zin op de zeventiende-eeuwse voorgangers was gebaseerd, hield men in Frankrijk ook van de eigentijdse Nederlandse kunst zoals de Haagse school. Het naturalistische en realistische werd boeiend gevonden en ook de invloed van de Franse School van Barbizon op de Nederlanders werd erg gewaardeerd.

Conservator Bénédite deed in het Musée du Luxembourg een poging om de Nederlandse school te verzamelen, maar vanwege een gebrek aan middelen lukte het hem helaas niet om dit op een hoog niveau te doen. Zeker in vergelijking met andere buitenlandse scholen was de Nederlandse school niet uitvoerig gerepresenteerd in het Musée du Luxembourg. Dit komt niet zozeer door een gebrek aan aanzien, maar eerder door een gebrek aan geld. Hoewel men in eerste instantie gericht was op de eigen schilderschool, bestonden er in museale context aan het einde van de negentiende eeuw wel degelijk pogingen om de kunstgeschiedenis op een internationale manier te benaderen. Zo blijkt dat waar nationale schilderscholen in de negentiende eeuw wellicht hardnekkig als aparte entiteiten werden beschouwd, die nationale school viel of stond bij een vergelijking met de ander. Er werd wel degelijk naar buitenlandse kunst gekeken en het streven naar een internationale collectie voor moderne kunst toont dat men in de kunstwereld meer met elkaar bezig was dan wij ons vaak realiseren.